Kort antwoord
Een website kan buiten Google blijven doordat de pagina niet goed bereikbaar is, een noindex-instructie bevat, door robotsregels wordt gehinderd, naar een andere canonical verwijst, niet intern wordt gelinkt of nog niet door Google is verwerkt.
Indexatie is iets anders dan ranking. Een geïndexeerde pagina kan alsnog nauwelijks zichtbaar zijn voor relevante zoekopdrachten. Gebruik deze checklist daarom eerst om vast te stellen of het probleem technisch is.
1. Controleer de exacte URL in Google Search Console
Gebruik URL-inspectie in Google Search Console voor de pagina die je wilt controleren. Kijk onder meer naar:
- of de URL bekend is bij Google;
- of crawlen is toegestaan;
- welke canonical Google heeft gekozen;
- wanneer de pagina voor het laatst is gecrawld;
- of er een indexeringsprobleem wordt gemeld.
Een zoekopdracht zoals site:jouwdomein.nl kan een snelle aanwijzing geven, maar toont niet altijd een volledig of actueel overzicht. Baseer een technische diagnose daarom niet alleen op die zoekopdracht.
2. Controleer de HTTP-status
Een indexeerbare pagina hoort normaal een geldige 200-status te geven. Let op:
3xx: de URL stuurt door naar een andere URL;404of410: de pagina bestaat volgens de server niet;5xx: de server kon de pagina niet leveren;- soft 404: de pagina geeft technisch
200, maar bevat nauwelijks bruikbare inhoud of lijkt op een foutpagina.
Controleer altijd de uiteindelijke URL na eventuele redirects.
3. Zoek naar noindex-instructies
Een pagina kan worden uitgesloten via:
<meta name="robots" content="noindex">;- een
X-Robots-Tag: noindexin de HTTP-header; - template- of CMS-instellingen die noindex automatisch toevoegen.
Controleer de gerenderde HTML, niet alleen wat in de broncode of database bedoeld is. Server- en clientrendering kunnen van elkaar verschillen.
4. Beoordeel robots.txt zorgvuldig
robots.txt bepaalt welke onderdelen een crawler mag bezoeken. Het is niet hetzelfde als een betrouwbare noindex-methode.
Controleer of belangrijke scripts, stylesheets, pagina’s of dynamische routes niet onbedoeld worden geblokkeerd. Een pagina die Google niet kan crawlen, kan ook moeilijk inhoudelijk worden beoordeeld.
5. Controleer de canonical
Een self-referencing canonical hoort naar de voorkeurs-URL van de pagina te wijzen. Problemen ontstaan bijvoorbeeld wanneer:
- alle pagina’s per ongeluk naar de homepage wijzen;
- een lokale pagina naar een algemene pagina canonicaliseert;
- de canonical naar HTTP, www of een oude slug wijst;
- parameters en trailing slashes verschillende signalen geven.
Google kan een andere canonical kiezen dan jij opgeeft. Controleer daarom ook wat URL-inspectie rapporteert.
6. Controleer sitemap en interne links
Een XML-sitemap helpt zoekmachines belangrijke URL’s ontdekken, maar een sitemap alleen maakt een pagina niet belangrijk.
Controleer:
- staat de voorkeurs-URL in de sitemap?;
- staat er geen verwijderde, toekomstige of niet-canonieke URL in?;
- gebruikt de sitemap een geloofwaardige wijzigingsdatum?;
- ontvangt de pagina relevante interne links?;
- is de ankertekst duidelijk genoeg om de relatie te begrijpen?
Een wees-pagina die nergens intern wordt gelinkt, is moeilijker te ontdekken en krijgt weinig context.
7. Controleer of de zichtbare inhoud werkelijk wordt gerenderd
Bij websites die inhoud uit een database of JavaScript ophalen, moet worden gecontroleerd wat een crawler uiteindelijk ontvangt.
Let op:
- lege pagina’s tijdens een databasefout;
- fallbackcontent die een verwijderde pagina terugbrengt;
- client-side content die pas laat verschijnt;
- verschillende metadata tussen server en browser;
- toekomstige publicaties die door een fout al bereikbaar zijn.
De live gerenderde pagina is leidend, niet alleen de bedoeling in de code.
8. Geef een nieuwe of aangepaste pagina verwerkingstijd
Een nieuwe pagina verschijnt niet altijd direct in Google. Zorg eerst dat:
- de pagina technisch bereikbaar is;
- de pagina intern wordt gelinkt;
- de sitemap klopt;
- de inhoud voldoende duidelijk en zelfstandig bruikbaar is;
- de canonical en robots-instructies correct zijn.
Vraag daarna eventueel indexering aan via URL-inspectie. Herhaald aanvragen zonder het onderliggende probleem op te lossen helpt niet.
Wanneer is het geen indexatieprobleem meer?
Staat de pagina in de index, maar wordt zij niet vertoond op relevante zoekopdrachten? Dan moet je verder kijken naar:
- zoekintentie en pagina-eigenaarschap;
- inhoudelijke kwaliteit en onderscheid;
- lokale relevantie;
- interne linkstructuur;
- concurrentie en externe autoriteit;
- title, snippet en doorklikgedrag;
- commerciële duidelijkheid en vertrouwen.
Gebruik dan de commerciële route Website niet vindbaar in Google of lees meer over lokale vindbaarheid.
Praktische checklist
- Inspecteer de exacte URL in Search Console.
- Controleer de uiteindelijke HTTP-status.
- Zoek naar
noindexin HTML en headers. - Controleer relevante robotsregels.
- Vergelijk opgegeven en door Google gekozen canonical.
- Controleer sitemapopname.
- Controleer inkomende interne links.
- Bekijk de werkelijk gerenderde inhoud.
- Los het technische probleem op voordat je nieuwe content toevoegt.
Veelgestelde vragen
Hoe weet ik of mijn website is geïndexeerd?
Controleer een specifieke URL met URL-inspectie in Google Search Console. Een site:-zoekopdracht kan een eerste aanwijzing geven, maar is geen volledige indexatierapportage.
Kan een noindex-tag mijn pagina blokkeren?
Ja. Een robots-meta-tag of X-Robots-Tag met noindex vraagt zoekmachines de pagina niet op te nemen. Controleer de gerenderde HTML en HTTP-headers.
Blokkeert robots.txt altijd indexatie?
Nee. Robots.txt regelt vooral crawlen. Een geblokkeerde URL kan in bepaalde situaties toch als URL worden vermeld. Gebruik geen robotsblokkade als vervanging voor een goed gekozen indexatiestrategie.
Waarom is een verkeerde canonical een probleem?
Een canonical wijst de voorkeursversie aan. Als die per ongeluk naar een andere pagina verwijst, kan Google die andere URL als hoofdversie kiezen.
Wanneer heb ik bredere SEO-hulp nodig?
Wanneer de pagina wel is geïndexeerd maar niet zichtbaar wordt op relevante zoekopdrachten. Dan moeten inhoud, intentie, lokale relevantie, interne links en autoriteit worden beoordeeld.
